Jente Fleerackers is een Brusselse juweelontwerper en guest designer bij de MAD incubator. Met zijn label Fleerackers, opgericht in 2023, onderzoekt hij de grens tussen architectuur en juweelontwerp.
Centraal in zijn werk staat de cuttlebone-giettechniek, een directe en deels onvoorspelbare methode die ruimte laat voor toeval en textuur. Die spanning tussen controle en spontaniteit vormt de basis van zijn ontwerpmethode. Met Fleerackers ziet hij luxe als iets dat de sporen van de tijd mag dragen en zich door gebruik verder ontwikkelt, in plaats van te streven naar perfectie of trends.
Kan je je werk toelichten en vertellen hoe je in juwelenontwerp bent terechtgekomen?
"Ik heb eerst een bachelor Architectuur gevolgd. In het begin vond ik het geweldig om maquettes te bouwen en aan kleinere opdrachten te werken. Maar tegen het einde van mijn studie ging het vooral over grote appartementsgebouwen, waarbij je bijvoorbeeld moest nadenken over waar de toiletten kwamen. Dat begon me minder te interesseren. Hoe conceptueler en kleinschaliger het werk, hoe interessanter ik het juist vond."
"Tegelijkertijd was ik al bezig met juwelen maken en experimenteren met dingen die ik op de grond vond, zoals bijvoorbeeld een paperclip in mijn oor dragen. Architectuur zat in hetzelfde gebouw als de Academie van Antwerpen, waardoor ik voortdurend de studenten van de Academie in de gangen zag. Daardoor ben ik uiteindelijk met juwelen begonnen. Ik had altijd al een sterke interesse in mode, maar nooit echt de intentie om zelf kleding te maken. Bij juwelen was die drang om het zelf te maken er wel. Toen wist ik: dit is het."
"Ik werk voornamelijk met de cuttlebone-giettechniek, een oude techniek die ik tijdens mijn studies ontdekte. Het is een heel organische manier van werken waarbij je het eindresultaat nooit volledig kan voorspellen. Ik ben eigenlijk iemand die graag controle heeft en precies weet hoe iets eruit moet zien, maar net bij deze techniek is dat niet mogelijk. Je werkt eigenlijk tegen de techniek in. Die spanning blijft me interesseren: hoe kan ik wat ik in mijn hoofd heb vertalen via die techniek, en wat zal daar uiteindelijk uit ontstaan?"
Heeft je achtergrond in architectuur een invloed gehad op je manier van juwelen ontwerpen?
"Ik denk van wel. Ik kijk nog altijd veel naar architectuur. Als je dat gestudeerd hebt, is het moeilijk om daar niet mee bezig te blijven. Vooral het brutalisme heeft zeker een invloed gehad. De dingen die ik vroeger in de architectuur maakte, waren wel veel minder naturalistisch. Door de techniek waarmee ik nu werk, is dat organische meer vanzelf gekomen. Toch probeer ik nog altijd op dezelfde manier te ontwerpen en te creëren."
Wat betekent “luxe” voor jou, en hoe probeer je dat begrip te herdefiniëren met je sieraden?
"Goede vraag. Voor mij betekent luxe niet ‘bling bling’, en dat zie je ook terug in mijn juwelen. Luxe gaat voor mij eerder over investeren in iets dat lang meegaat. Daarom verkoop ik mijn juwelen zonder plating. Ik vind het mooi hoe zilver op zichzelf leeft, hoe het doorheen de tijd verschillende tinten krijgt en blijft evolueren, terwijl het toch dezelfde essentie behoudt."
"Juwelen verslijten niet echt. Door de techniek en de textuur waarmee ik werk, blijven stukken veel langer in goede staat. Ik draag mijn eigen ring al vijf jaar, en die ziet er nog steeds hetzelfde uit."
"Bij stukken waar ik speel met het contrast tussen glad en textuur, waar ik op bepaalde delen de textuur weghaal, merk je wel dat de gladde delen sneller veroudering tonen. Maar ik vind dat eigenlijk ook mooi. Zo kan je de leeftijd van een stuk zien, de tijd die het heeft meegemaakt. Het heeft ook alles te maken met hoe je naar dingen kijkt."
"Luxe is investeren in iets dat de tijd doorstaat, iets dat niet afhankelijk is van trends. Ik probeer met mijn werk dan ook niet mee te gaan in trends, maar mijn eigen visie op de wereld te vertalen."
Kan je uitleggen wat de cuttlebone-giettechniek juist inhoudt en waarom je er zo graag mee werkt?
"De cuttlebone-techniek is een giettechniek waarbij ik gebruikmaak van rugbotten van zeekatten, een soort inktvis, die ik op het strand vind. Ik maak er twee delen van, die ik glad maak zodat ze perfect in elkaar passen als mal. Daarin maak ik dan een tekening of negatieve vorm en achteraf giet ik er zilver in. De gelaagde textuur van de rugbotten maakt dan een afdruk in het zilver, als een soort vingerafdruk."
"Bij juwelen maken wordt er meestal veel aan anderen overgelaten, maar bij deze techniek en mijn manier van werken is dat net niet het geval. Ik kan alles zelf doen, en dat vind ik net het leuke eraan. Naast designer voel ik mezelf ook echt een maker. Ik voel mij het best wanneer ik dingen aan het maken ben."
"Wat ik ook interessant vind, is dat er zoveel juwelenstijlen en merken zijn, maar dat je deze techniek niet zo vaak op dezelfde manier ziet. Andere mensen gebruiken ze wel, maar vaak met een andere benadering of taal. Het is leuk om te zien hoe verschillend die interpretaties kunnen zijn. Je kan er echt heel uiteenlopende dingen mee maken met exact dezelfde techniek. Ook de combinatie van gladde oppervlakken en ruwe textuur vind ik daarbij heel sterk, in sommige stukken gebruik ik beide."
Hoe ervaar je het samenwerken in de MAD Studios met designers uit andere disciplines, inspireren jullie elkaar?
"Ja, Stan Vrebos, mijn ateliergenoot, is ook architect. We hebben daardoor veel gemeenschappelijke interesses. Ik ben hier nog maar een paar maanden, maar ik vind de hele atmosfeer echt heel fijn. We zijn ongeveer van dezelfde leeftijd en werken in een andere context, net dat maakt het interessant."
"Dat is een groot verschil met mijn vorige atelier, waar ik vaak alleen werkte. Nu is dat net het tegenovergestelde. Sinds ik hier gesetteld ben, vind ik die uitwisseling met Stan, maar ook met de andere designers, heel interessant. Ik was net naar Brussel verhuisd en op zoek naar een plek, dus dit kwam eigenlijk perfect uit."
In welke richting wil je je werk in de komende jaren verder ontwikkelen?
"Het volgende op het programma is een atelier-winkel waar ik zelf aanwezig kan zijn. Ik vind namelijk dat het proces en hoe iets gemaakt wordt een belangrijk deel van het verhaal is. Dat rechtstreeks kunnen tonen aan mensen lijkt me dan ook de logische volgende stap. Ik ben momenteel in gesprek met winkels om te bekijken wat de mogelijkheden zijn."
"Soms stel ik mijzelf de vraag: hoe ver kan ik deze manier van werken blijven doortrekken? Ik heb al vaak de schrik gehad dat het misschien eentonig zou worden, maar ik blijf mezelf echt verrassen met hoe ik telkens iets nieuws probeer te doen via dezelfde manier van werken."